The Apollo Damsterdijk is designed by Conoship and built by Chowgule, India.
Show bij tewaterlating klapstuk feest 150-jaar werf Barkmeijer
De tewaterlating met een wervelende licht- en geluidsshow van de minibulker Arklow Surf in Stroobos trok dan ook duizenden kijkers. Het was het klapstuk van de feestelijkheden rond het 150 jaar bestaan van Barkmeijer Shipyards.

STROOBOS, 26-10-2000 - ‘Een tewaterlating bij donker komt zelden voor. De tewaterlating met een wervelende licht- en geluidsshow van de minibulker Arklow Surf in Stroobos trok dan ook duizenden kijkers. Het was het klapstuk van de feestelijkheden rond het 150 jaar bestaan van Barkmeijer Shipyards. Nadat in september personeel en familie al vorstelijk werden onthaald, was het vrijdag de beurt voor klanten, leveranciers, onderaannemers, Stroobossers en andere relaties.

‘In de namiddag barste in en rond de hal van de werf een spektakel los van licht, geluid, muziek en acrobatiek. Vele monden gingen open bij het zien van de speciaal voor het jubileum gemaakte video- en lasershows over Barkmeijer. De honderden gasten werden vervolgens onthaald op een koud en warm buffet. Rond negen uur stapten allen het donker in, waar de hele bevolking van Stroobos al op de tribune zat. Nadat mevrouw Gepke Koning, echtgenote van directeur Henk Koning, de Arklow Surf had gedoopt ging het dwarsscheeps in het Prinses Margrietkanaal in. Nadien ging het feest nog tot in de kleine uurtjes door.

Hoewel directeur Hans Hagendoorn in zijn feestrede repte over de moeilijke tijden die de branche doormaakt en waar menige scheepsbouwer van wakker ligt - ‘Het is nog net geen doemdenken wat we met z’n allen doen’ - is hij ervan overtuigd dat er beslist kansen zijn voor de Nederlandse werven. ‘Toen ik scheepsbouwkunde ging studeren riep menige kennis dat ik dat vooral niet moest doen. De Japanse werven zouden de ons totaal overvleugelen, dachten ze. Ik heb doorgezet in de overtuiging dat de Nederlandse scheepsbouw wel degelijk kansen heeft. Bovendien is het een prachtig vak. Dat neemt niet weg dat onze sector voortdurend alert moet zijn, want we opereren op een wereldmarkt waar de concurrentie moordend is.’

Hagedoorn (51) trad 25 jaar geleden bij Barkmeijer Shipyards in Stroobos in dienst als directie-assistent. Sinds 1987, nadat de toenmalige directeur Tjipke Barkmeijer overleed, voert hij samen met Henk Koning de leiding over het bedrijf.

De werf langs het Prinses Margrietkanaal kan bogen op een rijke historie, net als de familie Barkmeijer zelf trouwens. Beider geschiedenis wordt door de Strooboster ‘sneuper’ Klaas van der Schuit uitgebreid beschreven in het jubileumboek. Daaruit blijkt dat er al voor 1850 een scheepswerf in Stroobos was gevestigd. Die werd in dat jaar overgenomen door Gerrit Jans Barkmeijer, wiens naam er dus nog steeds aan is verbonden. Gerrits zoon Douwe kwam een jaar later in het bedrijf. Vanaf 1888 was de leiding in handen van Douwes zoon Tjipke, die de werf in 1920 op zijn beurt overdroeg aan z’n zonen Tammo en Gerrit. In 1950 trad er weer een Tjipke Barkmeijer aan, de zoon van Gerrit. Met name onder deze laatste Tjipke is de werf grondig gemoderniseerd. Toen Tjipke in 1987 plotseling overleed, liet hij een bedrijf na met zestig werknemers. Momenteel heeft Barkmeijer negentig mensen in dienst.

De naam Barkmeijer heeft echter niet alleen in Stroobos een vertrouwde klank. Van 1820 tot 1839 kende ook Leek een werf met deze naam. Verder bouwden en repareerden telgen van de familie Barkmeijer schepen in Briltil, Groningen, Sneek, Dokkum, Birdaard en Hoogkerk. De werven leverden tal van houten schepen af; niet alleen skûtsjes maar ook pramen en de beroemde Heechster palingaken.

De Barkmeijers hebben het niet altijd gemakkelijk gehad. Dat geldt met name voor het eind van de negentiende eeuw, toen het houten schip verdween en het spoor haar intrede deed. Veel werven verdwenen. Vooral reparatiewerven, want stalen schepen hebben veel minder onderhoud nodig dan houten. De eerste Tjipke Barkmeijer bouwde vanaf 1900 stalen schepen. Maar het waren vooral zijn zonen Tammo en Gerrit die voortvarend met de nieuwe tijd meegingen. In de jaren twintig hadden ze in Stroobos al veertig man aan het werk. Zij pakten als eersten in de familie de nieuwbouw van coasters en binnenschepen aan. Het was ook onder Tjipke dat Barkmeijer zich waagde aan de bouw van toen nieuwe typen schepen, zoals schelpen- en zandzuigers. Ook de visserij wist Barkmeijer steeds vaker te vinden.

Grotere schepen

Na de crisisjaren, maakte de scheepsbouw in de jaren vijftig een bloeiperiode door. Er was volop werk om de in de Tweede Wereldoorlog verloren gegane tonnages te vervangen. Daarnaast ging het de kustvaart in die jaren voor de wind. De noordelijke werven beseften dat ze konden profiteren van samenwerking. Zo was Tammo Barkmeijer in 1952 mede-oprichter van de Vereniging Conoship (Combination Northern Shipbuilders). Doel was (en is), de positie van de noordelijke werven op de wereldmarkt te verstevigen. In Stroobos verlegde men in die periode de blik ook naar zeeschepen. Maar daarvoor moest het bedrijf eerst wel een verandering ondergaan. Nog tot 1970 bouwde Barkmeijer haar schepen op de helling langs de oude Stroobosser Trekvaart. Toen kwam er een nieuwe helling voor schepen tot honderd meter langs het Prinses Margrietkanaal. Op de helling worden de secties samengevoegd die in de hal zijn gebouwd.

De laatste 25 jaar is Barkmeijer sterk gegroeid op de internationale markt en werd de werf specialist in diversiteit: van vissersschepen tot baggermateriaal, chemicaliëntankers, gastankers en containerschepen. De Ierse reder Arklow Shipping Limited is er al jarenlang klant. De Arklow Surf was het zevende schip voor deze opdrachtgever, die ook nog twee 4500-tons vrachtschepen bij de Stroobosser werf heeft besteld. Een Nederlandse reder gaf onlangs order voor de bouw van twee 3200-tonners.

Naar Harlingen

De breedte van bruggen en sluizen maakt het noodzakelijk grote schepen in secties te bouwen en op een buitendijkse locatie te assembleren. ‘Dat gebeurt bij Amels in Makkum of Frisian Shipyard Welgelegen in Harlingen, waar we dan tijdelijk ruimte huren’, zegt Hagedoorn. In 1987 werd Barkmeijer mede-eigenaar van de 145-meter lange assemblagehal in Harlingen, samen met Tille Scheepsbouw uit Kootstertille, de combinatie Welgelegen/Harlingen in de Friese havenstad en de Noordelijke Ontwikkelings Maatschappij (NOM).

Maar omdat de partijen onderling verschil van inzicht kregen over het beleid stapte Barkmeijer er in 1994 weer uit. Intussen was in 1990 ook in Stroobos een hal tot stand gekomen waarin overdekt kan worden gebouwd. ‘Toen we uit Frisian Shipyard stapten hebben we onmiddellijk naar een nieuwe mogelijkheid uitgekeken om buitendijks te kunnen assembleren’, aldus Hagedoorn. ‘Aanvankelijk dachten we in Lelystad een goede locatie te hebben gevonden, maar uiteindelijk hadden we ook daar te veel beperkingen. Toen bleek dat Harlingen haar Industriehaven wil uitbreiden hebben we ons daarop gericht.’

Barkmeijer heeft er een optie op een stuk grond voor bouw van een nieuwe hal. Maar de havenuitbreiding liep forse vertraging op, doordat de grondeigenaren dwars lagen. Intussen heeft de gemeente die hobbel genomen en vindt binnenkort de aanbesteding plaats.

Continuïteit

Afgelopen voorjaar diende zich echter een andere mogelijkheid aan. Scheepswerf Bijlsma kondigde aan van het management in Frisian Shipyard Welgelegen (FSW) af te willen. Oud-directeur Cees van der Schoot van FSW, die 49 procent van de aandelen bezit en nu tijdelijk opnieuw het management voert, wil de hal overdoen aan Barkmeijer en zelf verder gaan met de reparatie-afdeling van FSW. Maar de NOM, samen met Bijlsma eigenaar van de andere 51 procent, gaat het liefst met scheepswerf De Volharding in Foxhol in zee.

Problematisch is, dat Van der Schoot en NOM ooit overeenkwamen dat, mocht één van hen van zijn aandelen af willen, de andere partij het eerste recht van koop heeft. Over de kwestie vindt al geruime tijd overleg plaats. Hagedoorn wil er niets over kwijt, hoewel geruchten over de mogelijke uitkomst regelmatig de pers halen. ‘Daarover kletsen met de pers doe je natuurlijk niet zolang je nog praat. Maar het is echt niet zo dat we met overname van de FSW-hal voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten, zoals is gesuggereerd. Het plan voor de nieuwe hal staat nog recht overeind. Waar het ons om gaat is continuïteit. Ons bedrijf moet verder en we zijn verantwoordelijk voor onze mensen. De vakbonden zijn daarom ook in de onderhandelingen betrokken. Over een paar maanden verwacht ik duidelijkheid.’

 

Related news items

Next news item

Previous news item